De bergverkoper

Het gezinnetje Mustang zit verdorie net aan tafel voor het avondeten als er wordt aangebeld. De Mustangs, dat zijn om te beginnen een papa en een mama. Hoe die heten doet er niet zo veel toe. Nou vooruit, ze heten allebei Jo, hoe verzin je het? Daarom noemt iedereen ze Mamajo en Papajo, om ze toch uit elkaar te houden.

Tjerreke, de jongste van de Mustangs—ze is vijf maar al een hele meid—Tjerreke springt van haar stoel en rent naar de gang. Papajo en Mamajo en de rest van de kinderen blijven aan tafel. Die restkinderen van de Mustangs dat zijn van oud naar jong Haider, Tsara, Dibby en Keelo. En daarna dus Tjerreke, de jongste. Dus: Haider, Tsara, Dibby, Keelo en Tjerreke. Wat een namen, pfff … Oké, ik zeg het nog een keer, want het is moeilijk te onthouden. Haider, Tsara, Dibby, Keelo en Tjerreke. Zeg maar na: Haider, Tsara, Dibby, Keelo en Tjerreke. Kun je het niet onthouden? Daar hebben Papajo en Mamajo iets op bedacht. Een ezelsbruggetje. Een ezelsbruggetje dat is een onthoubruggetje in je hoofd—zelfs voor een ezel is het makkelijk. Dat ezelsbruggetje is hatsadikeetje. Snap je hem? Ha- van Haider, tsa- van Tsara, di- van Dibby, kee- van Keelo, tje- van Tjerreke? Ja? Jammer dat Dibby niet pas na Keelo was geboren, dan was het ezelsbruggetje nog makkelijker geweest: hatsakideetje! Maar ja, daar is nu niks meer aan te doen.

Nou goed, Tjerreke van vijf springt van d’r stoel en rent naar de voordeur. Een paar tellen later staat ze weer in de woonkamer. Aan hoe ze kijkt als ze terugkomt kun je zien dat het niet de buren zijn of zo, die hebben aangebeld. Ik bedoel, ze kijkt met grote ogen de Mustangs aan en haar mond staat een tikkie open maar er komt niks uit.

'Wat, wie is het?' vragen Papajo en Mamajo en ze beginnen al op te staan.

Tjerreke kijkt om in de gang en rent dan naar Mamajo. Ze klemt zich stevig aan haar vast. Wie mag dat wel niet zijn aan de deur?

Haider en Tsara, de oudste twee, dertien en vijftien zijn die, komen achter ze aan, maar Mamajo en Papajo zeggen dat ze terug moeten. Je weet maar nooit.

En, nee maar zeg! Daar staat op de stoep, voor de voordeur van Fazantstraat 91 in Amsterdam-Osdorp, een man.

Een man met een berg op zijn rug.

De man zelf is weinig bijzonders aan te zien. Hij ziet er niet eens heel sterk uit, niet voor iemand die een berg draagt in ieder geval. En heel jong is hij ook niet meer. Hij kijkt een beetje droevig uit zijn ogen. Maar die berg! Het is er een van, nou? vijfendertighonderd meter? Geen Mont Blanc of Alp d'Huez, maar potjandosempie, een berg van drieënhalve kilometer in Osdorp!

En het is nog een prachtige berg ook. Eentje uit een vakantiefolder. Beneden, aan de voet van de berg zie je groene weiden, met hier en daar een boerderij en een groepje loofbomen. Bruinbonte koeien liggen in het gras en in de verte hoor je een koeienbel. Hogerop beginnen de bossen, afgewisseld met rotspartijen. Een bergbeekje kronkelt omlaag. Over de beek een houten bruggetje, waar net op dat moment een herder met zijn schapen overheen gaat. ’t Is net een schilderij eigenlijk. Nog weer hoger, precies als bij aardrijkskunde, houden de gewone stadsbomen op en zie je alleen nog kerstbomen en nog hoger kunnen helemaal geen bomen meer groeien, het is te hoog voor ze. Daar zie je alleen nog rotsen. De cabines van de kabelbaan hangen stil aan de kabels. Het is april—de laatste wintersporters zijn vertrokken. En helemaal daarboven, zien we daar een gletsjer? Twee minuscule stipjes kruipen millimeter voor millimeter omhoog naar de top. Alpinisten! Bergbeklimmers zijn dat, die het liefst in alpen klimmen. Alpen zijn misschien niet de hoogste bergen van de wereld, ze zijn wel het chicst.

'Ahum', zegt de man met de berg op zijn rug. De Mustangkinderen zijn allemaal achter Mamajo en Papajo gaan staan en laten hun blik langs de bergwand helemaal naar beneden glijden, naar de bezoeker op de stoep.

'Mooie berg, hè?' zegt de man. 'Drieëndertighonderd meter … Hij komt uit Oostenrijk.'

'Hij is prachtig,' zegt Mamajo. 'Zoiets hebben we hier niet eerder gezien. Ik hou erg van bergen.'

Inderdaad houdt Mamajo van bergen. Vroeger, als meisje, Jootje heette ze toen, ging ze met haar papa en mama op wintersport in Oostenrijk en in de zomer gingen ze hutwandelen in Zwitserland. Het doet er voor het verhaal niet toe hoe die papa en mama van Mamajo precies heten, de opa en oma dus van de kinderen Mustang dus. Nou vooruit, Tsaar en Hank heten ze. Tsara is vernoemd naar haar oma.

Maar sinds Mamajo met Papajo is getrouwd, komt het er niet meer van met de bergvakanties. Papajo houdt niet van bergen. Die is meer van de zon en het strand en de zee. Lekker zwemmen, bruin worden, een kasteel bouwen, strandvolleyballen, beetje luieren.

Grappig, of eigenlijk helemaal niet grappig—liever naar zee óf liever naar de bergen dat hebben Mamajo en Papajo ook aan hun kinderen doorgegeven. Haider en Tsara houden meer van het strand. Dibby en Tjerreke houden meer van de bergen. Keelo maakt het niks uit. Die vindt alles best. Hij is ook de enige broer van het stel. De rest is zussen.

Nou, omdat ze het nooit eens worden over de vakantie gaan ze maar naar Schoorl. Daar heb je een strand maar het is ver weg en vaak is het prutweer. En klimmen kun je alleen op een sullig klimduin. Niemand vindt het echt leuk daar.

'Hij komt dus, zoals gezegd, uit Oostenrijk,' zegt de man met de berg. 'Een echte alp. In de winter geschikt voor skiën en snowboarden. In de zomer kun je er heerlijk wandelen. Er zijn verschillende wandeltochten uitgezet, moeilijke en makkelijke. Er zijn drie alpenhutten met mogelijkheid tot overnachting. Wilt u hem misschien eens proberen, meneer, mevrouw? En de kinderen willen er vast ook op?'

Mamajo, Dibby en Tjerreke kijken elkaar aan. Zullen we? Voor de zekerheid kijken ze niet wat Papajo ervan vindt, of die het goed vindt. De man met de berg zakt iets door de knieën. Mamajo geeft de meiden een zetje en trekt zich dan zelf aan de rand van de berg omhoog. De Strandmustangs blijven achter in de gang. Keelo twijfelt even en springt dan toch ook maar de berg op.

Die lucht, die geuren, dat alpengevoel! Mamajo en de meiden rennen door de weide omhoog en Keelo rent erachter aan. In een mum van tijd zijn ze tot wel tachtig meter hoogte gestegen. Dat is bijna net zo hoog als, eens even kijken, de Westertoren! Daar beneden zien ze hun rijtjeshuis in Osdorp, de straat, de autootjes, alles al heel klein van waar zij staan. In de voordeur staat Papajo te gebaren en hij roept iets, maar de Bergmustangs kunnen het gelukkig niet horen. Omhoog! Verder omhoog!

'Dib, Tjer, Keel! Wacht op mij!' roept Mamajo. Ze kan de kinderen niet bijhouden.

Die zijn langs een rots omhooggeklauterd en hurken bij een watervalletje in de bergbeek. Ze maken een kom van hun handen en plenzen het ijskoude water in hun gezicht. Hijgend van de klimpartij komt Mamajo naast ze zitten.

'Super, mam,' roept Dibby met rode wangen. 'Ga je hem kopen? Kom op nou, mam, hij is echt heel erg te gek, deze berg. Ik weet zeker dat iedereen bij ons wil komen spelen.'

'Ja, kopen mam,' roepen Tjerreke en Keelo ook. 'We hebben nog nooit een berg gehad. We zullen er echt heel zuinig op zijn.'

'Ja,' vult Keelo aan, 'dan spelen we tenminste ook weer eens buiten, in plaats van de hele dag gamen ...'

Slimme jongen, die Keelo.

'Kom op, jongens, we gaan terug,' zegt Mamajo lachend. 'We kunnen die meneer niet hele tijd laten wachten. Die heeft het al zwaar genoeg. Wedstrijdje wie het eerst beneden is!'

Ze springt op van de beek en rent terug, zo hard als ze kan.

'JODELAHITIE!' roepen ze om beurten en het galmt van de bergwanden.

Op de stoep staan de bergverkoper en de Strandmustangs op ze te wachten. Weet je nog wie de Strandmustangs zijn? Heel goed: Papajo, Haider en Tsara.

'En...?' wil de man met de berg weten als de Bergmustangs over de rand van de berg op de stoep zijn gesprongen, 'Hoe voelt dat, een echte Oostenrijkse alp onder je voeten?'

'Niet te beschrijven!' hijgt Mamajo.

'En weet u wat nou het mooiste is, mevrouw?' zegt de man. 'Hij is gewoon te koop.'

'Te koop?' zegt Mamajo. Ze doet net alsof ze dom is. Dat noem je onderhandelen. ‘'t Is inderdaad een fijne berg, dat zeker, maar om hem nou meteen te kopen ... 't Is tenslotte ook maar een Oostenrijkse alp. Als ’t nou een Zwitserse was …’

'Mevrouw, het is een álp. Het echtheidscertificaat krijgt u erbij. Toeristenbelasting is betaald tot en met 2035. Alle vergunningen zijn geregeld. U hoeft hem bij wijze van spreken alleen maar te installeren en u kunt hem meteen gebruiken. En dat voor het kleine prijsje van …'

Hij kijkt Mamajo geheimzinnig aan.

' … nou, raadt u eens, wat zou zo'n berg moeten kosten, denkt u?'

'Ik eh... zou het niet weten. Een berg... ik heb nog nooit een berg gekocht.'

'En dat gaat ook niet gebeuren, Jo!' bemoeit Papajo zich ermee. 'Geen sprake van! Stel je voor, zeg, een echte berg ...'

De bergverkoper doet of Papajo niet bestaat.

'Meer of minder dan vijfduizend euro? Raad eens...'

'Eh … meer?' antwoordt Mamajo.

'Minder! Nog een keer. Meer of minder dan tweeduizendvijfhonderd euro?'

‘Jo!' roept Papajo er doorheen. 'Hou hiermee op. Al kost u hij één euro ... Al krijgen we geld toe. Geen berg in mijn huis!'

'Maar schat, lieveling,' probeert ze. 'Hij kan toch ook in de tuin?'

'Tweeduizend euro ...' gaat de bergverkoper verder zonder zich iets van Papajo aan te trekken, 'meer of minder?'

'Minder?' probeert ze.

Helemaal juist, mevrouw! Minder dan tweeduizend euro. Deze Oostenrijkse alp, met echtheidscertificaat, inclusief toeristenbelasting, inclusief berghutten, inclusief veestapel, inclusief herder met schapen op een houten bruggetje, inclusief kabelbanen, inclusief twee alpinisten, ja, inclusief bergdorp met vijftienhonderd Oostenrijkers—deze berg kost u niet meer dan: negentienhonderdnegennegentig euro en negenennegentig cent!'

'Kopen, mam!' roepen Dibby en Tjerreke. 'Dat is echt goedkoop! We halen het er in één vakantie uit!'

'Slimme rakkers ...' glimlacht de bergverkoper.

'Naar binnen jullie,' roept Papajo. 'Jullie hebben je eten nog niet eens op...' En dan tegen Mamajo:

‘Jo, waar zit je verstand ... Een berg ... Wat moeten we met een berg? Een berg in Osdorp? Wat een flauwekul. De hele wijk zet je in de schaduw ... En ik weet precies hoe het gaat. 't Is even leuk, zo'n berg, maar na één vakantie willen de kinderen er niet meer op en dan staat ie daar maar in het schuurtje, net als de sup en de surfplank.'

‘Hè, pap’, roepen Dibby en Tjerreke, 'Laat mama nou ook eens wat. We willen nou eens een keer een echte bergvakantie! Niet zo'n saaie vakantie in Schoorl ...'

‘Dat is niet eerlijk!’ roepen Haider en Tsara. ‘Vorige maand mochten we ook geen strand.’

Dat klopt. Een maandje of zo geleden was er ook zo iemand aan de deur. Maar niet met een berg maar met een strand. Compleet met een stuk zee, een strandtent en badgasten op ligbedden. Papajo en de Strandmustangs hebben toen nog een duik genomen en zich ingesmeerd met zonnebrandcrème. Maar gekocht hebben ze het strand niet. De Bergmustangs zagen het niet zitten. Het strand met stuk zee is toen verkocht aan de familie Herbarmium, hier om de hoek, ook in Osdorp. En na school wil iedereen daar nu spelen omdat het er altijd lekker weer is. De Strandmustangs balen er enorm van.

Maar Mamajo moet wel toegeven dat Papajo gelijk heeft. Zo'n berg is wel erg groot. Gaan de buren niet klagen? En het vergt een hoop onderhoud ook. De man ziet haar twijfelen. Hij buigt zich naar haar voorover, zodat niemand het kan horen.

'Ik kan u een extra tien procent korting geven', fluistert hij. 'En dan zit er nog steeds een jaar garantie op en een gratis onderhoudsbeurt na de winter. Moet u wel nu beslissen ...'

'Ik eh...'

‘Jo’, zegt Papajo streng en hij pakt haar bij de bovenarm, ’als jij die berg koopt, dan koop ik alsnog een strand. En dan mag jij uitzoeken waar we het strand en de berg gaan opbergen.'

Opbergen, haha! Leuk per ongeluk bedacht van Papajo.

Mamajo zucht en kijkt de bergverkoper aan. Die zucht ook. Hij heeft het begrepen. Fazantstraat 91 in Amsterdam-Osdorp gaat vandaag geen berg kopen. Hij draait zich al om en sjokt verder met de berg op zijn rug. Mamajo kijkt nog een keer omhoog naar de alp. Wat jammer, wat jammer. De bergverkoper belt aan bij nummer 93. Daar wonen de buurtjes De Vries-Paksoi. Als die hem nou maar niet kopen, denkt Mamajo. Dan zitten de Mustangs alsnog in de schaduw maar kunnen ze de berg niet op.

Aan tafel zegt niemand een woord. Iedereen eet met tegenzin zijn eten op en allemaal weten ze waar de volgende vakantie heengaat: naar dat rottige klimduin in Schoorl. Niemand zijn zin.

Alle verhalen op deze site zijn gepubliceerd onder een Creative Commons BY-NC-ND 4.0 licentie. Je mag de verhalen vrij voorlezen en delen, zolang dit niet voor commerciële doeleinden is en je Rien Wertheim als auteur vermeldt. Bewerkingen of aanpassingen zijn niet toegestaan.

Creative Commons-licentie