De dieren die weg moeten en de dieren die mogen blijven
Eén keer per jaar, om precies te zijn op 15 juni, vlak voor de zomervakantie dus, dan laat de minister-president een gewoon kind ergens uit het land bij zich langskomen. En dan krijgt dat ene gewone kind een zogenaamde Speciale Opdracht. Is iemand van jullie al eens bij de minister-president langs geweest voor een Speciale Opdracht? Nee, toch? Dat zou té toevallig zijn. Nou, dit jaar is Tjatja uit Amsterdam-Slotervaart gekozen. Ze heeft een brief gekregen van het Ministerie van Speciale Opdrachten. En nu is ze helemaal naar Den Haag gereisd, naar het kantoor de minister-president.
De minister-president—iedereen zegt liever empee, dat is korter—de empee dus, werkt op de bovenste verdieping van het hoogste kantoor van de stad. De ministeries zitten in de verdiepingen eronder. Er zijn vijftig ministeries. De empee zit dus op de eenenvijftigste verdieping. Je kan de vliegtuigen bijna aanraken als ze overvliegen. Het kantoor is helemaal van glas gemaakt. Zo kan de empee goed over het land kijken en zien wat de mensen nodig hebben en wie zich niet gedraagt volgens de regels.
Tjatja wordt bij de empee naar binnen gebracht door een keurige meneer in het lijkt wel een trouwpak. Ze is heel verbaasd want weet je, ze had gedacht dat de empee een soort oude, wijze man was met een grijze baard en een bril. Jullie ook toch, wees eens eerlijk? Maar de empee is best nog wel een jonge en best wel hip geklede vrouw, ongeveer zo oud als Tjatja’s moeder. Ze komt achter haar bureau vandaan om Tjatja een hand te geven. Kun je je voorstellen? De empee draagt een lange zwarte pantalon—dat is een broek, maar dan chiquer—een kleurig colbertjasje en een beige zijden blouse. Aan haar pols draagt ze een megagrote gouden armband en ze heeft ook een knoeperd van een gouden ring aan haar rechterringvinger. Zie je d’r al voor je? Ze zal wel veel geld verdienen, de empee, denkt Tjatja. Maar ja, dat mag ook wel toch, als je de baas van het hele land bent? Wat een verantwoordelijkheid heb je dan! Wat de empee doet en zegt is veel belangrijker dan wat gewone mensen doen en zeggen. Poehé …
‘We hebben dit jaar wel een heel speciale opdracht, lieve Tjatja,’ zegt de empee als ze eenmaal aan de vergadertafel zijn gaan zitten. Die vergadertafel staat midden in het enorme kantoor. Het is een ovale tafel, gemaakt van glanzend notenhout. Eromheen staan wel vijftig draaistoelen van staal en bekleed met leder. Leder is gewoon leer, hoor, maar de stoelenfabriek noemt het liever leder want dan kunnen ze er meer aan verdienen, als ie van leder is in plaats van van leer.
‘Je weet vast wel,’ zegt de empee, ‘dat er heel veel verschillende dieren leven in het land.’
Ja, tuurlijk, dat weet Tjatja heel goed, wie weet dat nou niet? De man in het trouwpak schenkt een kopje koffie in. Tjatja lust helemaal geen koffie, vreselijk, koffie! maar ze durft dat niet te zeggen en ze zal dat kopje koffie echt wel gaan opdrinken. Je moet er wat voor over hebben!
‘Nu zijn er sommige dieren die ik als empee fijn vind om erbij te hebben. Poezen bijvoorbeeld, daar ben ik dol op. En honden iets minder, maar daar houden weer andere mensen van. Wat is jouw lievelingsdier, Tjatja?’
Tjatja heeft niet echt lievelingsdieren, maar dat lijkt haar niet het goede antwoord.
‘Vogels,’ floept ze eruit. Haar vader houdt erg van vogels. Die heeft zelfs een speciale verrekijker om vogels mee te kijken. Vogels spotten, noemt hij dat. En hij doet ieder jaar mee aan de nationale vogeltelling. Dan tellen alle vogelliefhebbers hoeveel mussen en merels en zo er nog over zijn.
‘Ja, wat leuk! Ik hou ook erg van vogels!’ roept de empee uit. ‘Maar ja, er zijn ook dieren waar ik helemaal niet zo blij van word. Ik hou bijvoorbeeld helemaal niet van spinnen. Of van muggen. En ook niet van …’ de empee trekt een vies gezicht, ‘… kakkerlakken.’
‘Dus nu hebben ze op het Ministerie van Dierenzaken besloten dat sommige dieren mogen blijven. Ik denk de meeste wel, hoor. Maar dat sommige dieren ook weg moeten. Die gaan we afschaffen. Het Ministerie van Dierenzaken heeft daar speciale vrachtwagens voor gekocht en het leger gaat er ook bij helpen. Dus dat komt helemaal goed. Met de details en zo.’
Details zijn onbelangrijke dingen die opeens heel belangrijk kunnen worden. Wat je met die afgeschafte dieren moet doen als ze uit de vrachtwagens worden gehaald, bijvoorbeeld.
‘Maar nu komt het, Tjatja,’ zegt de empee.
Tjatja gaat rechtop zitten. Ze heeft een notitieboekje meegenomen en een pen. Ze zet de punt van de pen al op het papier. Opletten nu.
‘We hebben alleen nog een lijstje nodig van de dieren die mogen blijven en de dieren die echt weg moeten. En nu willen we jou vragen om ons te helpen met dat lijstje.’