BEZET
Twee weken voor Koningsdag heeft Yara een stukje stoep op het Kwakersplein afgeplakt met tape. BEZET staat er nu met grote letters. En eromheen een grote rechthoek van zeker drie bij zes meter. Zo, die plek is alvast van haar. Ze heeft een geweldig idee om straks op de vrijmarkt veel geld te verdienen. Haar vader Waldemar lijkt toevallig erg op koning Willem-Alexander en nu heeft ze bedacht dat je voor een euro een selfie kunt maken met de koning, nou ja, met haar vader dan. Hij moet nog een baard laten staan, net als de echte koning, maar daar heeft hij twee weken de tijd voor dus dat komt goed. Van een oude stoel en crêpepapier heeft Yara een troon gemaakt, waar koning papa dan op gaat zitten als je voor een euro met hem op de foto wilt. Iedereen thuis en op school vindt het ook een topidee. Omdat papa Waldemar zo op de koning lijkt natuurlijk, vooral straks met dat baardje. Hij heeft alleen een lagere stem dan de echte koning en een plat Amsterdams accent. Maar hij moet gewoon zijn mond houden en op de foto gaan—probleem opgelost. Trouwens goed dat ze zo op tijd is met het afplakken van de stoep want overal zie je al BEZET, BEZET, BEZET in letters van tape. De beste plekken zijn al weg.
Maandag 27 april, Koningsdag, gaat de wekker om half 7 af, ook al is het een vrije dag. Yara wil op tijd alles klaarzetten, de troon van crêpepapier op een groot stuk oranje landbouwplastic en een bord met “SELFIE MET DE KONING VOOR 1 EURO!” erop. En het belangrijkste: zorgen dat papa er tiptop uitziet in een donkerblauw pak en met een oranje stropdas, precies zoals de echte koning. Waldemar vindt het wel erg vroeg, half 7 uit bed op z’n vrije dag. Liever zit hij de hele dag voor de televisie naar de koninklijk familie te kijken, hoe ze ergens in het land zaklopen, WC-pot gooien en spijkerpoepen. Prachtig vindt hij dat elk jaar. Vooral koningin Máxima kijkt hij graag naar, net als de meeste papa’s in het land. Stiekem is hij een beetje verliefd op haar. Laat mama het niet horen. Maar hij doet Yara graag een pleziertje en hij heeft thuis trouwens niet veel te zeggen. Yara is pas negen jaar, maar toch al de baas in huis. En daarna komt onderbaas mama Linh en dan pas papa Waldemar, die alles doet wat de twee bazinnen hem zeggen. Koning zijn op Koningsdag bijvoorbeeld, en met wildvreemden voor een euro op de foto gaan en zijn mond houden.
Yara en papa sjouwen de spullen vanaf hun huis naar het Kwakersplein. Maar wat is dat? Er zit al iemand op hun bezette plek! Dat kan toch zomaar niet? Zomaar gaan zitten op een stuk stoep waarop met grote letters BEZET is geplakt? En wat nog gekker is, eigenlijk gewoon niet te geloven―dat lijkt warempel wel de koning die daar zit. Of iemand die op hem lijkt, ook een look-alike, net als haar vader. Maar deze look-alike lijkt nog meer op de echte koning Willem-Alexander dan papa. Alleen draagt hij een T-shirt met i’m a king erop en een spijkerbroek met vertrapte gympen eronder.
‘Deze plek was bezet!’ roept Yara. ‘Dit is mijn plek!’
Haar vader staat achter haar en laat graag Yara dit probleem oplossen.
‘Jouw plek, hoezo?’ vraagt de meneer die sprekend op de koning lijkt. ‘Weet je wel wie ik ben, jongedame?’
En nu ziet Yara het. Het ís koning Willem-Alexander. Wat doet die hier om 7 uur op het Kwakersplein? Die hoort toch ergens in het land koek te happen of spijker te poepen?
‘Ik denk dat het de koning zelf is,’ fluistert papa Waldemar Yara in het oor. ‘Misschien moeten wij maar een ander plekje zoeken.’
Maar daar wil Yara niks van weten. Dan ken je Yara nog niet. Je mag dan wel de koning zijn, dat betekent toch niet dat je zomaar op een bezette plek kunt gaan zitten? Wat denkt ie wel?
‘Deze plek heb ik afgeplakt,’ zegt Yara. ‘Koning of niet, dit is mijn plekje.’
Tjonge, die durft, die Yara …
‘Jongedame, ik ben de Koning der Nederlanden,’ zegt koning Willem-Alexander, ‘dus ook de koning der Nederlandse stoepen. Zoek jij maar fijn een ander plekje.’
Yara kijkt nog eens beter. Wat doet koning Willem-Alexander daar eigenlijk op haar bezette plek? Hij zit op een stoel, een uitgeklapte campingstoel, tussen allerlei spullen die hij keurig om zich heen heeft uitgestald. Hij doet wat heel veel mensen doen op de vrijmarkt op Koningsdag: spullen verkopen!
‘Waarom bent u niet in het land met koningin Máxima en de prinsessen, zoals het hoort?’ vraagt Yara.
‘Geen zin in!’ zegt de koning koppig. ‘Altijd dat sjoelen in een of ander dorp. WC-pot gooien met de burgemeester … spijkerpoepen, zaklopen, koekhappen, snoephappen, hoelahoepen, ezeltje prik, steltlopen, Annemaria koekoek, eieren lopen, touwtjespringen … Gatsiedarrie, dat kennen we nu wel. Komt mijn neus uit! Ik wil ook eens gewoon spullen verkopen en geld verdienen. Ónze zolder ligt ook vol troep, hoor, net als de zolders van mijn onderdanen.’
Hij kijkt een beetje zielig. Yara krijgt bijna medelijden met hem. Spijkerpoepen, WC-pot gooien, koekhappen, leuk hoor. Maar na een of twee keer heb je ’t wel gezien, inderdaad.
Maar hé, wat heeft koning Willem-Alexander allemaal van zolder gehaald? Moet je kijken … Is dat de tiara die koningin Máxima droeg toen ze trouwden? Die ligt daar met al z’n diamanten zo maar te flonkeren in het ochtendlicht op een kleedje op het Kwakersplein. En is dat niet de koninklijke scepter die de koning altijd bij zich heeft op Prinsjesdag? Er ligt ook een hermelijnen mantel. Die kent Yara van foto’s van de oma van koning Willem-Alexander, koningin Juliana. Tjonge, bij de koning liggen heel andere spullen op zolder dan bij Yara thuis. Trouwens, bij Yara thuis hebben ze geeneens een zolder. Alleen een bergingkast op het balkon. Die zit wel vol troep trouwens.
‘Wat kost de tiara?’ wil Yara weten.
‘Eh …’ zegt de koning. Daar heeft hij kennelijk nog niet over nagedacht. ‘Twee euro vijftig, denk ik?’
‘Maar … dat is toch de tiara die koningin Máxima droeg toen jullie trouwden?’
‘Jazeker, klopt, vind je hem mooi? Ze draagt hem eigenlijk nooit meer. En de prinsessen vinden hem tuttig.’
O jee, die koning, denkt Yara. Die heeft echt geen idee …
‘Maar wat vindt koningin Máxima ervan dat u hem hier op de stoep verkoopt op Koningsdag?’
‘Sst … die weet van niks. Ze weet niet eens dat ik hier zit. Maar ze mist die tiara heus niet hoor, ze heeft zoveel sieraden ...’
Op dat moment ziet koning Willem-Alexander die andere koning, de look-alike Waldemar.
‘Nee maar, wie is dat?’ roept hij verbaasd uit.
‘Mijn vader, Waldemar,’ zegt Yara. ‘We gaan vandaag ‘selfie met de koning’ doen. Voor een euro mag je met papa op de foto. Daarvoor had ik deze plek bezet. Maar nu zit jij … nu zit u hier.’
Waldemar doet een stapje naar voren.
‘Goedemorgen uwe majesteit,’ zegt hij beleefd en hij probeert niet al te plat Amsterdams te klinken. ‘Gefeliciteerd met uw verjaardag.’
O ja, da’s waar ook. Op Koningsdag is de koning jarig.
‘Dank u wel, onderdaan Waldemar,’ antwoordt de koning. ‘U ziet er geweldig uit. Heel koninklijk. U lijkt sprekend op mij.’
Yara kijkt nog eens verder naar de spullen die koning Willem-Alexander van zolder heeft gehaald en vandaag wil verkopen. De duurste en kostbaarste spullen ziet ze liggen. Een gouden briefopener, een sigarendoos met houtsnijwerk, een antieke ronddraaiende wereldbol zo groot als een skippybal, een hoed met een struisvogelveer, een ivoren pennenhouder met gouden vulpennen en een bijpassende inktpot, een zilveren kaarsenstandaard met wel negen armen, een kledingrek met de prachtigste jurken—allemaal van koningin Máxima natuurlijk, die ze droeg op feesten met andere koningen en zo. Ook jurkjes van de prinsessen hangen ertussen, de een nog mooier dan de ander. Als de koning voor die spullen een paar euro vraagt is alles binnen een kwartier weg!
De koning ziet Yara kijken.
‘Denk je dat twee euro vijftig te weinig is voor die tiara?’ vraagt hij aarzelend.
‘Veel te weinig.’
‘Maar hoeveel moet ik er dan voor vragen?’
Yara weet het ook niet. Duizend euro? Honderdduizend? Zoiets kostbaars verkoop je toch niet op de vrijmarkt?
‘De vrijmarkt is eigenlijk alleen bedoeld voor rommel waar je vanaf moet,’ legt Yara uit. ‘Oude pannen waar het deksel van kwijt is, stukgelezen stripboeken, een kapot strijkijzer, oude cd’s waar je nooit meer naar luistert, een doos met allemaal legostukjes door elkaar, puzzels en spelletjes waar je kinderen te groot voor zijn geworden, tinnen borden van je oma—dat soort dingen. Niet voor zulke dure spullen.’
‘Maar ik heb geen oude pannen zonder deksel en kapotte strijkijzers!’ roept koning Willem-Alexander. ‘Bij ons is alles duur en heel en cadeau gekregen van belangrijke mensen uit het buitenland en het staat daar maar te staan in het paleis.’
O jee, die koning, alles komt eruit.
‘Ik heb ook nooit geld want iedereen koopt alles voor me. Ik wil gewoon echt geld in mijn portemonnee, munten, flappen, om een frietje mee te kopen bij de FEBO. Daarom sta ik hier.’
Ha! Je denkt misschien, koning zijn, dat is het mooiste wat er is in de wereld, een koning staat boven alle mensen, maar als je het zo bekijkt … Daar had Yara nog niet eerder over nagedacht.
Op dat moment stopt er een grote, donkerblauwe Volvo met geblindeerde ramen op het Kwakersplein. Het achterportier zwaait open en koningin Máxima springt naar buiten. O-oh!
‘Willem-Alexander, eindelijk, gevonden! …’ roept koningin Máxima. Ze wil nog wat zeggen maar haar mond valt open van verbazing als ze Willem-Alexander daar ziet tussen al die kostbaarheden.
‘Wat denk jij dat je aan het doen bent? Wel ver…’
En dan zegt ze een woord waarvan gewone mensen niet weten dat koninginnen het soms ook zeggen. Yara wist het in ieder geval niet.
‘Mijn tiara …’ roept ze uit en slaat haar hand voor de mond van verbazing en afschuw. Dan ziet ze ook het kledingrek. Ze loopt erop af en schuift een voor een de jurken langs het rek.
‘De groene sarijurk van Jan Taminiau! Die droeg ik op staatsbezoek in India.’
‘De galajurk van donkerblauw kant die ik aanhad bij het staatsbezoek aan Suriname!’
‘De valentinojurk van het staatsbezoek aan Italië!’
‘De robe-manteau van Benchellal! En de bijpassende hoed! Die had ik aan op Prinsjesdag vier jaar geleden!’
‘De laagjesjurk met plissé die ik droeg bij de bruiloft van Albert en Charlene van Monaco! Ook van Valentino!’
‘De avondjurk van Iris van Herpen die ik droeg in Parijs bij de president van Frankrijk! Ik was de mooiste van de hele avond! Enig idee wat die heeft gekost?’
Ze kijkt over haar schouder naar Willem-Alexander, die er opeens niet meer uitziet als een koning—meer als een jongetje dat op zijn kop krijgt van zijn moeder.
‘Willem-Alexander! Ben jij wel goed bij je hoofd?! Vooruit, alles inladen in de achterbak van de dienstauto. En meekomen. We moeten om 10 uur in Dokkum zijn voor het WC-pot gooien met de burgemeester.’
Dat woord had koningin Máxima beter niet kunnen zeggen, WC-pot gooien. Daar is plotseling weer de boze koning Willem-Alexander uit het beteuterde jongetje tevoorschijn gekomen.
‘IK. GA. NIET. WC-POT. GOOIEN. IN. DOKKUM!’ Hij is opgestaan uit de campingstoel, kin naar voren, borst vooruit. Ja, je ziet duidelijk: dit is de koning. Zijn wil is wet.
‘Ik blijf hier. Rommel verkopen.’
‘Majesteit, Máxima,’ bemoeit Yara zich ermee. ‘Misschien heb ik een idee.’
Yara doet een stap naar voren en fluistert koningin Máxima een plan in het oor dat ze net heeft bedacht. Sommige plannen zijn goed. Andere plannen zijn beter. Er kan maar één plan het beste zijn. Dat is Yara’s plan.
Terwijl Yara en Waldemar naar huis rennen en de rotzooi uit de balkonkast in een kruiwagen gooien, laden koning Willem-Alexander en koningin Máxima alle kostbare spullen en kleren in de achterbak van de Volvo. Terug op het Kwakersplein kieperen Yara en papa de kruiwagen leeg op de stoep: ja hoor, daar zijn de oude pannen en het kapotte strijkijzer! En verder een parasol met een geknakte steel, een doos verkleurde lego, tijdschriften van een paar jaar oud, en nog veel meer troep, rommel en rotzooi komt er uit de kruiwagen. Je snapt niet dat het allemaal in de balkonkast heeft gepast.
‘Mama komt straks nog met oude kleren,’ zegt Yara.
Dan neemt koning Willem-Alexander plaats op de crêpepapieren troon en plaatst Yara het bord “SELFIE MET DE KONING VOOR 1 EURO!” achter de troon. Laat de mensen nu maar komen. Koningin Máxima en de dolblije koninglook-alike Waldemar springen in de donkerblauwe Volvo en scheuren er met piepende banden vandoor, op naar Dokkum. Ze komen daar net op tijd aan voor het spijkerpoepen en WC-pot gooien met de burgemeester. Waldemar kan er geen genoeg van krijgen. En als de mensen hem vragen wat hij van Dokkum vindt, springt koningin Máxima er snel tussen om te zeggen hoe fantastisch de koning Dokkum en de Dokkumers vindt, maar dat hij door een koutje zijn stem kwijt is.
En de echte koning? Die beleeft de dag van zijn leven. Het kapotte strijkijzer verkoopt hij voor 2 euro 50, de tijdschriften zelfs voor vijf euro. En iedereen wil met hem op de foto. Hij is de beste lookalike van alle look-alikes van deze Koningsdag. Aan het eind van de dag hebben ze tweehonderddertien euro en negentig cent verdiend.
‘Kun je daar een frietje van kopen bij de FEBO?’ wil de koning weten.
‘Nou, er is maar een manier om daar achter te komen,’ antwoordt Yara.
Dus wandelen ze samen naar de FEBO in de Kinkerstraat en bestellen twee grote friet met mayonaise en twee cola. Nog geen vijftien euro kost het in totaal. De rest van het geld delen ze door tweeën. De koning stopt het geld in zijn portemonnee, die nu eindelijk eens een keer uitpuilt van de bankbiljetten en de munten. Nog nooit is hij zo rijk geweest!