7 min leestijd

Ver plassen

Ver plassen
Lisanne Meijer, Ver plassen 2026

Koert van Beek uit de Jordaan kan iets heel goed waar je nou echt niks aan hebt: ver plassen, maar dan wel heel ver. Zo kan Koert met het grootste gemak over een geparkeerde auto heen plassen. Hij kan ook over de gracht heen tegen de ramen van de woonboot aan de overkant plassen. Hij kan over de schutting van de buren plassen. Hopelijk staat er niemand achter op dat moment. Hij kan, als hij beneden op de stoep staat, op de eerste verdieping bij iemand door het raam naar binnen plassen! Dat doet hij natuurlijk nooit, hè?

Om ver te kunnen plassen moet je een paar dingen kunnen of hebben. Je moet veel plas hebben, want je plas moet niet op zijn voordat je straal op zijn verst is. Je moet ook een heel dun gaatje in je jeweetwelletje hebben, waar de plas in een dunne straal uitspuit, en dus niet een gat waar de hele plens in één keer uitklettert, zoals bij meisjes. Had ik trouwens al gezegd dat ver plassen meer iets is voor jongens dan voor meisjes? Dat had je vast allang begrepen. Je moet bijvoorbeeld ook een behoorlijk lange zus-en-zo hebben, want een geweer schiet nu eenmaal verder dan een pistool. En je moet een sterke blaas hebben, die de plas er met volle kracht uitperst, net als bij een waterkanon. Dat heeft en kan Koert allemaal. Maar wat heb je eraan? Hij kan er niet mee opscheppen, of stoer doen voor zijn vrienden, of indruk maken op de meisjes. Koert is dus ook geen opvallende jongen tussen al die uitblinkers in de klas bij hockey of voetbal of de jongens die hoog staan in de rankings bij Fortnite.

In de les levert het ook niks op. Bij de Cito-toets krijg je geen punten voor ver plassen, alleen voor rekenen en taal, en daar is Koert nou net geen held in. Als je later een baan zoekt, helpt ver kunnen plassen vast ook niet. Of zijn er soms beroepen waar ze je, als je solliciteert, op proef een eind laten plassen? Zelfs bij de brandweer doen ze dat niet.

Koert bungelt dus onderaan in de klas. Op het schoolplein komt er niemand naar hem toe, hij moet altijd naar de anderen gaan om niet in z’n eentje in een hoekje achter te blijven. Als ze bij gym teams kiezen, blijft Koert als laatste over. Maar hij besluit om het er niet bij te laten zitten. Hij heeft één talent en dat ene talent, daar zal ie verdikkemedoossie beroemd mee worden ook.

Hij pakt thuis een groot vel papier, tekent er een lange, gebogen lijn op, die in druppels uiteenspat en schrijft daar in koeienletters boven:

KAMPIOENSCHAP VER PLASSEN!!!
Inschrijving gratis, mooie prijzen!!!
Woensdag 15 mei om 3 uur in het Frederik Hendrikplantsoen!!!

En daaronder schrijft hij zijn naam en telefoonnummer, ook met een paar uitroeptekens erachter. Hij maakt drie van zulke posters en hangt die aan het prikbord in de hal van school, in het buurthuis en in de bibliotheek. Daarna is het afwachten wat er gebeurt.

Er gebeurt om precies te zijn niks. Behalve dat die poster in school er na een dag alweer af is. De conciërge heeft hem weggehaald en Koert moet bij de directeur komen en krijgt op zijn kop. Inschrijvingen komen er niet en Koert wil al bijna het hele idee opgeven en de wedstrijd afblazen, als ie één dag van tevoren toch een berichtje krijgt, van ene Abdel:

‘Koert ik zag je poster in het buurthuis en wil wel meedoen aan die plaswedstrijd maar niet als de supporters mijn puntjepuntjepuntje kunnen zien groetjes van abdel’

Tjonge, daar had Koert nog niet eens aan gedacht. Wel dat er veel publiek zou zijn en juichende mensen en fotografen, alles wat je bijvoorbeeld bij een voetbalwedstrijd ziet, maar niet dat hij dan in zijn halve blootje zijn kunstje moet vertonen. 

‘Beste Abdel,’ schrijft hij terug, ‘fijn dat je meedoet. Niemand kan je puntjepuntjepuntje zien. Dat wordt geregeld door de wedstrijdleiding. Groeten van Koert van Beek’

Even later krijgt Koert een berichtje terug van Abdel:

Dan doet mijn broer van 15 ook mee hij heet willem.

Koert appt terug dat dat mag.

De volgende dag, na schooltijd, gaat Koert meteen aan de slag in het plantsoen. Hij heeft het windscherm voor op het strand uit de schuur gehaald. Daar moeten de verplassers dan achter gaan staan en overheen plassen. Aan de andere kant gaan de mensen die komen kijken staan. Zodat ze wel de stralen zien, maar niet de me-dit-en-me-dat van de deelnemers. Hij heeft ook een paar bamboestokjes mee voor het opmeten van de afstand en twee anderhalveliterflessen cola om de plas op gang te brengen.

Om kwart voor drie komen er twee jongens aan, een kleine en een lange slungel. Het zijn Abdel en zijn broer Willem.

‘Wat zijn de prijzen?’ willen ze weten.

Oei, nog iets waar Koert niet aan heeft gedacht.

‘Tien euro voor de winnaar’, bedenkt Koert snel.

‘En de nummers twee en drie?’ vraagt Willem.

‘Die krijgen niks.’

‘Moeten we daar plassen?’ vraagt Abdel, en hij wijst op het windscherm. ‘En waar staat dan het publiek?’

‘Waar is het publiek eigenlijk?’ vraagt Willem, die nogal chagrijnig kijkt. Hij ziet er best uit als een verre plasser, eigenlijk. Hoewel, hoe ziet een verre plasser eruit? Dat zie je van de buitenkant vaak niet. Het gaat om de kracht aan de binnenkant.

Publiek is er inderdaad niet. Jammer, maar Koert kan nu niet meer stoppen. Die jongens willen natuurlijk tien euro winnen.

‘Jullie mogen eerst’, zegt Koert. ‘Ik zet een stokje bij je verste straal.’

Abdel gaat achter het windscherm staan. Op dat moment komt er een meneer aangerend met een fototoestel.

‘Hola, wacht even!’ roept hij. ‘Is dit het verplaskampioenschap van Koert van Beek? Nee maar, niet te geloven, het is echt waar. Wie van jullie is Koert van Beek?’

Koert kijkt de man verbaasd aan. Nu krijgt hij vast te horen dat het verboden is te plassen in het plantsoen of zoiets. Maar nee.

‘Ik ben van de stadskrant en ik hoorde van jouw kampioenschap. Mag ik een foto maken en er iets over in de krant zetten?’

Koert krijgt een kleur van opwinding.

‘Als je maar geen foto maakt van mijn hutsefluts,’ zegt Willem.

‘Kan ik al plassen?’ roept Abdel vanachter het windscherm. ‘Ik moet hartstikke nodig …’

Koert rent naar zijn plek.

‘Plassers op uw plaatsen … GO!’ roept hij en Abdel begint te plassen. Het is, eerlijk gezegd, een straal van niks. Hij plast meer tegen het windscherm dan erover. Als hij klaar is, prikt Koert een stokje bij hoe ver Abdel is gekomen. Niet meer dan een metertje achter het scherm.

‘Ik moest opeens niet meer zo nodig’, mompelt Abdel, die ook wel snapt dat hij zo niet gaat winnen.

‘Nou ik,’ zegt Willem. Hij verdwijnt achter het scherm en zet het op een plassen nog voor Koert go heeft geroepen. De straal belandt met een mooie boog over het windscherm een meter of twee verderop in het grasveld. Koert prikt een stokje in de grond als het plassen is gestopt.

‘Hé, ik kwam verder!’ roept Willem boos.

Welnee, denkt Koert, maar omdat Willem een stuk groter is, zet ie het stokje een halve meter verder in de grond. Ook goed …

Dan is Koert zelf aan de beurt. Hij neemt nog een flinke slok cola, laat vooral geen boer, want dat gaat van je plaskracht af, en neemt plaats achter het scherm.

Terwijl hij begint te plassen kan hij het niet helpen dat zijn gedachten afdwalen naar de krant van morgen en wat die meneer over het plaskampioenschap zal schrijven en hoe de krant gelezen wordt door iedereen op school en hoe de foto eruit zal zien met zijn naam, Koert van Beek, erboven in koeienletters … Eindelijk populair!

Na een tijdje is hij wel zo’n beetje klaar met plassen. Tot zijn schrik komt Koert erachter dat hij helemaal niet bezig is geweest met ver plassen, maar met mooie figuren in de lucht plassen. Schoonplassen heet dat, maar dat is een hele andere sport! Ai… en zijn straal wordt al kleiner en kleiner.

‘Dat was niet verder!’ roept Willem tegen Abdel, ‘ik ga die tien euro winnen!’

Maar dan kent Willem de plaskracht van Koert van Beek nog niet.

‘Woesh,’ roept Koert en zijn blaas spuit met grote kracht de laatste centiliter plas wel vijf meter ver over het scherm het plantsoen in. Willem en Abdel zijn er stil van en de man van de krant juicht en zijn fototoestel klikt.

De volgende dag staat er een foto van het kampioenschap in de stadskrant. Koert staat op de foto, met aan de ene kant Abdel en aan de andere kant Willem. ‘Eerste Nederlandse verplaskampioenschap,’ staat erboven. En eronder: ‘Winnaar Koert van Beek (midden) met de nummers twee en drie.’

Het is maar een klein stukje op pagina zeven met niet eens zo’n hele grote foto, maar de dagen daarna komen er een heleboel reacties binnen bij de krant. Er zijn opeens allerlei mannen en jongens die ook ver kunnen plassen en die er ook wel mee in de krant zouden willen. Nu willen ze weten wanneer het volgende kampioenschap is.

En zo is het allemaal begonnen. De krant organiseerde een heus stadskampioenschap ver plassen. Koert werd winnaar in de leeftijdscategorie onder vijftien. Er kwam een verslag, op de voorpagina dit keer, en ook andere kranten kwamen eropaf. Een paar jaar later werd ver plassen een echte Olympische sport. Koert van Beek was inmiddels achttien jaar en won de zilveren medaille met drieëntwintig meter, achter de beroemde poolreiziger Suinnak. Suinnak haalde een ongelooflijke tweeëndertig meter. Dat is recht in de galmgaten van de Westertoren, als je die op zijn kant zou leggen. Maar ja, poolreizigers plassen nu eenmaal verder. Zij houden altijd zo lang mogelijk hun plas in vanwege de kou en als ze dan eindelijk toch gaan, blijven ze in de opening van hun tent staan om hun dinges niet te laten bevriezen. En ze moeten ook zo ver mogelijk plassen, omdat het anders zo’n smeerboel wordt voor de tent.

Er zijn veel meer mensen die iets heel goed kunnen waar je niks aan hebt en die nu blij zijn dat ver plassen op de Olympische Spelen is te zien: de alfabetscheters, de je-voeten-zo-ver-mogelijk-naar-buiten-draaiers, de ademinhouders, de met-één-oogscheelkijkers, de neusvleugelbewegers, de armen-zo-ver-mogelijk-achter-je-rug-vouwers, de achteruitpraters, de vingerknakkers, de tenenspreiders, de puntje-van-je-tong-tegen-je-neus-doeners … En nog veel meer soorten mensen die nu ook hun eigen kampioenschappen organiseren en hopen dat hun hobby ooit als olympische sport wordt erkend. Net als met ver plassen is gebeurd dankzij onze eigen kampioen Koert van Beek uit de Jordaan.

Is er iets wat jij heel goed kunt maar waar je niks aan hebt? Niet bij de pakken neer gaan zitten! Organiseer gewoon een kampioenschap in het plantsoen. Wie weet!

Lisanne Meijer, Ver plassen

Alle verhalen op deze site zijn gepubliceerd onder een Creative Commons BY-NC-ND 4.0 licentie. Je mag de verhalen vrij voorlezen en delen, zolang dit niet voor commerciële doeleinden is en je Rien Wertheim als auteur vermeldt. Bewerkingen of aanpassingen zijn niet toegestaan.

Creative Commons-licentie