12 min leestijd

Nederland-Marokko 1-0

Bij Joep thuis is alles oranje. Ze zijn er gek van voetbal, gek van het Nederlands elftal en gek van het wereldkampioenschap in Amerika. Vannacht speelt Nederland tegen Marokko. Het kan niet anders dan dat Nederland gaat winnen. Als je zag hoe ze tegen Zweden speelden. Tjonge, zo spelen alleen wereldkampioenen. Joep heeft het er de hele dag over, tegen iedereen. Nederland-Marokko, Nederland wereldkampioen, het houdt niet op. Hij kent ook alle liedjes van de supporters. O—ranje, ranje, ranje / Winnen ja dat kan je / Verliezen kan je niet / O wat een verdriet / Voor Duitsland, Frankrijk, Spanje.

Zijn moeder en vader vinden het prachtig maar ze maken zich ook een beetje zorgen. Want wat als Nederland niet wint van Marokko? Wat als Nederland geen wereldkampioen wordt? Zo goed zijn ze nou ook weer niet. Stel, Nederland verliest … Dan stort Joeps wereld in. Arme Joep, denken zijn moeder en vader. Hij gaat dat niet aankunnen, Nederland verliezen.

Joeps moeder, Lynn, geeft niks om voetbal. ’t Is elke keer hetzelfde. Beetje balletje overschieten, balletje afpakken. En dat dan negentig minuten lang. Van links naar rechts, van rechts naar links, soms naar achteren, en een heel enkele keer naar voren. Maar ze laat het niet merken, dat ze er niks aan vindt. Vanwege Joep. Arme Joep, lieve Joep, gevoelige Joep. Joep gaat er helemaal in op. Dus staat ze gewoon mee te juichen en te zingen en te dansen als Nederland scoort. Met roodwitblauwe schmink op haar gezicht en zo’n oranje boa-sjaal om haar nek. Belachelijk, maar goed …

Joeps vader, Harry, geeft nog minder om voetbal dan Lynn. Maar hij staat nog harder te juichen en te zingen en te dansen dan Lynn. Ook vanwege Joep. Arme, lieve, gevoelige Joep. Harry heeft zelfs oranje vlaggetjes tussen de lantarenpalen op straat voor het huis gehangen. En bij alle buren aangebeld om dat ook te doen. Doe het voor onze Joep, alsjeblieft, zei hij er dan bij. Die vindt het geweldig. Ja, willen jullie dat doen? Oh, dank je wel hoor!

Dus is de hele straat oranje. Behalve natuurlijk bij de buren, de familie Benali. Hun opa is ooit uit Marokko hierheen gekomen. Bij de Benali’s hangen nu oranje en Marokkaanse vlaggetjes voor de ramen. Die kunnen eigenlijk niet verliezen, wie er ook wint. Meriem Benali zit bij Joep in de klas. Zij denkt dat Marokko wint omdat ze nou eenmaal betere voetballers hebben. Het zou Joep eigenlijk wel leuk lijken om bij Meriem naar de wedstrijd te kijken. Maar ja, zijn moeder en vader hebben zo ontzettend hun best gedaan om de huiskamer te versieren met oranje spullen—dat kan ie niet maken. Ayoub, noemen de Benali’s hem trouwens. Lief, klinkt dat. Beetje Nederlands, beetje Marokkaanse. Ayoub …

Thuis kijken of bij Meriem—Joep kan het allebei wel vergeten. De wedstrijd is om drie ‘s nachts. En de volgende dag is gewoon school. Niemand uit de klas mag kijken, de Nederlanders niet en de Marokkanen niet. Ook Meriem niet. Joep en Meriem spreken af dat ze de volgende dag na school wel bij hem gaan kijken. Al weten ze dan natuurlijk allang de uitslag. Spannend blijft het toch wel. Want ook al gaat Nederland winnen, Marokko is een “geduchte tegenstander”. Zo noem je dat, een “geduchte tegenstander”. Dus dat je wel wint maar makkelijk gaat het niet. Meriem vindt trouwens Nederland een geduchte tegenstander. We zullen zien, denkt Joep. We zullen zien, denkt Meriem.

Harry blijft wél op om de wedstrijd te kijken. Ze hebben erom geloot en Harry heeft verloren. Lynn mag lekker naar bed, terwijl Harry de hele nacht moet opblijven om voetbal te kijken. En dan de volgende dag doodmoe op je werk zitten. Maar ja, stel je voor dat Nederland verliest. Dat kun je dan maar beter weten zodat ze er kunnen zijn voor Joep als ie de volgende ochtend wakker wordt. En Harry móet ook wel kijken. Want Joep denkt dat hij een grote Oranje-fan is. Hij heeft er wel wat voor over, voor z’n Joepie.

Daar zit Harry dus, die lieverd, om drie uur ’s nachts klaar voor de wedstrijd. Joep en Lynn liggen boven te slapen. Juichen, opspringen of dansen doet hij niet. Hij hoeft zonder Joep erbij niet te doen alsof.

Hij leest eerst de krant, daarna een boek, en af en toe kijkt hij met een schuin ook naar de televisie. Alles gaat goed. Wie er beter is, Nederland of Marokko, geen idee. Maar iemand in een oranje shirt scoort een doelpunt en even later is de wedstrijd alweer bijna voorbij en kan Nederland door naar de volgende ronde. En kan hij naar bed, nog een uurtje slapen.

Maar, jongens, jongens, jongens, die Marokkanen scoren in de negentigste minuut 1–1! Nou wordt het verlenging. Nóg een half uur later naar bed, pfff. En nog erger. Nederland scoort niet meer in de verlenging, en Marokko ook niet. Krijgen we ook nog eens strafschoppen. Het is al half 6. Van slapen gaat niks meer terechtkomen. Harry sluipt naar boven en maakt Lynn wakker.

‘Lynn, het gaat helemaal mis.’

‘Wat, waar heb je het over? Wat is er aan de hand?’

‘Nederland-Marokko. Strafschoppen.’

Samen kijken ze hoe Nederland met strafschoppen verliest van Marokko. Bij de buren horen ze gejuich. Als Joep het maar niet hoort en er wakker van wordt.

Wat nu? Wat nu? Harry weet het niet. Lynn weet het ook niet. Het is een ramp. Joep kan dat helemaal niet aan. Hij is pas acht en nog veel te jong voor zulke grote teleurstellingen. Hij zal er iets aan overhouden. Misschien wel een trauma. Dat hij nooit meer ergens om kan lachen. Of nooit meer kan winnen omdat hij te bang is om te verliezen. Dat gebeurt hoor. Dat soort dingen. Echt. En dat moeten ze voorkomen, wat er ook gebeurt. Dat doe je als je van je kind houdt, toch zeker? Zeker! Maar hoe?

Dan stormt Joep de kamer binnen. Hij is toch wakker geworden. Van het gejuich van de Benali’s, misschien.

‘Hebben we gewonnen?’ roept hij en hij kijkt z’n moeder en vader met grote ogen aan.

‘Een-nul gewonnen!’ roept Harry voordat hij erover na kan denken. Lynn kijkt hem een halve seconde verbaasd aan, misschien nog korter, en dan zet ze het op een juichen. Met z’n drieën maken ze een kringetje en draaien rondjes door de oranje huiskamer. We zijn door, we zijn door, zingen ze.

‘Ga je maar aankleden, Joep,’ zegt mama. ‘Dan maken wij het ontbijt.’

Als Joep naar boven is, kijken Lynn en Harry elkaar in paniek aan. Wat nu? Nu kunnen ze niet meer terug. Wat een ellende. Joep gaat er natuurlijk toch achter komen. Straks op school. En dan? Dan stort zijn wereld in. Zeker als hij erachter komt dat zijn mama en papa hebben gelogen. Dan wordt z’n WK-trauma nog eens dubbel zo erg.

‘Misschien moeten we het toch maar gewoon vertellen,’ zegt Harry voorzichtig. ‘Voordat ie het van een ander hoort.’

‘Ben je helemaal gek geworden, jij? Wat ben jij voor een vader?’

Harry schrikt.

‘Sorry, Har. Zo bedoelde ik het niet. Ik weet best hoeveel je van Joep houdt. Maar juist daarom.’

‘Sorry ook, Lynn,’ zegt Harry. ‘Dat was even heel dom van me.’

Ze lopen samen de trap op naar Joeps kamer. Joep is zich aan het aankleden.

‘Joep,’ zegt Lynn. ‘Wat zie je bleek. Wat is er met je aan de hand?’

Huh? Wat bedoelt mama? Joep weet van niks.

‘Kom, laat me je voorhoofd eens voelen. Harry, haal jij de thermometer eens. Ik denk dat Joep koorts heeft.’

Ze legt haar hand op Joeps voorhoofd.

‘Dacht ik al. Gloeiend heet.’

Joep voelt zelf. Hij voelt niks.

‘Logisch,’ zegt mama. ‘Je eigen koorts kun je niet voelen. Omdat je overal even heet bent.’

Harry doet de thermometer onder Joeps oksel.

‘Nee maar, veertig graden koorts!’ roept hij uit na het piepje van de thermometer. ‘Onmiddellijk terug naar bed! Lynn, bel jij school?’

Joep trekt braaf zijn kleren weer uit en gaat in bed liggen.

‘Maar ik voel me helemaal niet ziek,’ zegt hij. ‘Ik wil gewoon naar school. Nederland heeft gewonnen. Ik wil met Meriem de wedstrijd kijken.’

‘Dat moet even wachten, jongen,’ zegt papa. ‘Met veertig graden koorts absoluut geen tv kijken. Eerst slapen en beter worden.’

Terwijl Joep zich ligt te vervelen in bed, gaat Harry langs bij de buren. Hij belt overal aan en vraagt of ze alsjeblieft nog even de vlaggetjes willen laten hangen. Dat beloven ze. Ze snappen allemaal dat Joep een gevoelige jongen is en veel te jong voor zulke teleurstellingen. Alleen bij de familie Benali kijken ze raar op. Zo erg is het nou toch ook weer niet, verliezen? En zo goed waren ze toch ook weer niet, de Nederlanders? Maar Harry legt uit hoe je als kind een trauma kunt overhouden aan verliezen op een WK. Dat snappen de Benali’s en ze beloven de oranje en Marokkaanse vlaggetjes te laten hangen. Meriem belooft niks tegen Ayoub te vertellen. Ze denkt wel, hoe moet dat dan verderop in het toernooi? Hij komt er toch een keer achter?

Lynn is intussen op weg naar haar werk langs school gereden. Eerst heeft ze alles uitgelegd aan de juf. En toen aan de directeur van de school. De juf en de directeur wisten helemaal niet dat Joep zo’n gevoelige jongen was. Van dat trauma schrikken ze erg. Zeker omdat Lynn de hele tijd moet huilen. Dus mag Lynn voor de klas gaan staan en aan alle kinderen vertellen dat Joep het niet aankan als Nederland verliest. De kinderen in de klas vinden het heel erg voor Joep. Ze wisten helemaal niet dat je van verliezen op het WK een trauma kunt krijgen. Trouwens, ze wisten helemaal niet wat dat is, een trauma. Maar nu wel dus. Dankzij de mama van Joep. Ze beloven dat ze Joep niks zullen zeggen van dat Marokko heeft gewonnen en dat Nederland niet meer meedoet met het WK.

’s Avonds zitten ze aan het avondeten. Joep voelt zich al een stuk beter, zegt hij. Hij voelde zich al nooit ziek. Een rare ziekte is dat, als je d’r niet eens iets van merkt. Je weet dan ook niet wanneer je beter bent. Mag hij nu de wedstrijd zien? Ja hoor, dat mag. Met z’n drieën kijken ze de samenvatting. Precies op de negentigste minuut zet Harry de tv uit. Joep kijkt even verbaasd op want er was toch nog niet afgefloten? Maar hij krijgt niet de tijd om ernaar te vragen want Harry en Lynn maken alweer een kringetje en daar gaan ze weer: we zijn door, we zijn door!

Als Joep in bed ligt, zitten Lynn en Harry aan de keukentafel. Ze hebben er hoofdpijn van. Hoe moet dat nu verder? De hele buurt weet ervan. De hele school speelt mee. Maar zaterdag speelt Marokko tegen Canada. Niet Nederland. En dan komt Joep er zeker achter. En dan wordt het trauma nóg groter, almaar groter. Omdat iedereen hem voor de gek heeft gehouden, zal hij dan snappen.

Ze zitten de hele avond aan de keukentafel, houden elkaars hand vast en bespreken het geval van alle kanten. Als we nu eens dit? Als we nu eens dat? Maar wat als zus? Wat als zo? Ze komen er gewoon niet uit. ‘s Nachts liggen ze te piekeren, allebei op hun eigen bedhelft. Doodmoe zitten ze de volgende ochtend aan het ontbijt. En maar net doen alsof ze vrolijk zijn dat Nederland door is. Hup, Holland, hup. Maar nog steeds weten ze niet hoe het verder moet.

‘Ik bel wel met de mensen van het WK,’ zegt Lynn, als Joep naar school is vertrokken. ‘Misschien weten die een oplossing.’

Dat is een goed idee, vindt Harry. Hij pakt zijn werktas en sjokt de deur uit naar zijn werk. Hij heeft nou al twee nachten niet geslapen.

De mensen van het WK bellen, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Eerst moet Lynn een contactformulier op de website invullen. Dan krijgt ze een telefoonnummer van iemand die Engels spreekt en van niks weet. Maar Lynn heeft vrij genomen van haar werk en ze is niet iemand die snel opgeeft. Uiteindelijk, na veel proberen en zeuren en steeds andere nummers bellen, krijgt ze de baas van het WK aan de lijn. Gianni heet die man. Lynn kent hem van tv. Ze vertelt Gianni het hele verhaal. Van hun oranje huiskamer, van de oranje straat, van hoe de buurt en de school meedoen om ze te helpen. En vooral van Joep, hoe gevoelig die is. En hoe gevaarlijk een trauma kan zijn op die leeftijd. Hij is pas acht.

‘Ik weet er alles van, mevrouw,’ zegt Gianni. ‘Ik was als jongetje gek van voetbal. Net als uw Joep. Mijn eigen land, Zwitserland, verloor de hele tijd. Ze kunnen helemaal niet goed voetballen, de Zwitsers. Nog steeds word ik soms ’s nachts wakker. Dan heb ik gedroomd dat Zwitserland weer heeft verloren. Dan lig ik te huilen in mijn kussen. Zwitsers voetbal, tja, dat is iets traumatisch.’

Lynn is blij te horen dat Gianni zelf een soort Joep is geweest.

‘Ik ga kijken wat we kunnen doen,’ zegt Gianni. ‘U hoort van me.’

Nog diezelfde dag krijgen Lynn en Harry een mailtje van Gianni. De Canadezen gaan ermee akkoord een extra wedstrijd te spelen tegen Nederland. Ook op zaterdag. Vooral spelers van de reservebank natuurlijk, dat spreekt vanzelf, maar wel echte Canadezen. En op een tijd dat Joep gewoon kan kijken. Omdat ze het zo zielig vinden voor dat Nederlandse jochie van acht helemaal daar in het verre Nederland. Het Nederlandse team heeft inmiddels speciaal voor Joep de reis terug naar Nederland afgezegd. Ze gaan pas daarna terug. Maar verder kan Gianni niks voor ze doen. Alleen die ene wedstrijd maar, Nederland tegen Canada. Uiteindelijk zullen ze het toch moeten vertellen aan Joep. Hoe pijn het ook doet. Misschien moeten ze er een dokter bij halen als ze het slechte nieuws brengen. Iemand die alles weet van WK-trauma’s bij kinderen.

Lynn en Harry zijn opgelucht. Een beetje. Nu hebben ze tot en met zaterdag de tijd om te bedenken hoe ze Joep gaan vertellen dat Nederland allang is uitgeschakeld.

Meriem en Ayoub lopen samen terug van school naar huis. Het is donderdag. Overmorgen is de wedstrijd, Nederland-Canada. En natuurlijk ook Marokko-Canada. Maar dat weet alleen Meriem. Ze hebben afgesproken dat ze Nederland tegen Canada bij Joep gaan kijken. Marokko tegen Canada kijkt Meriem thuis met haar vader en moeder.

‘We hebben wel heel veel geluk gehad tegen Marokko. Nederland bedoel ik,’ zegt Joep. ‘Marokko was toch wel beter.’

‘Wallah!’

Ze lopen een tijdje naast elkaar zonder iets te zeggen. Meriem twijfelt. Ze vindt Ayoub heel aardig. Liegen voelt niet goed.

‘Weet je, Ayoub?’

‘Hm?’

‘Zou je het gek vinden als je hoorde van iemand dat Marokko wél heeft gewonnen van Nederland? Met strafschoppen? Na de verlenging? Niet van mij, natuurlijk. Gewoon, van iemand?’

Nee, dat zou Joep eerlijk gezegd niet gek vinden. Zo goed zijn ze nou ook weer niet, Nederland. En verliezen met strafschoppen, ja, dat klinkt logisch.

‘Weet je, Ayoub, ik moet je wat vertellen …’

En dan gooit ze het eruit. Alles. Het hele verhaal. Joep is niet eens verbaasd.

‘Typisch mijn mama en papa,’ zegt hij. ‘Ze zijn zo gevoelig. Je moet zo met ze oppassen. Van alles maken ze een probleem.’

‘Wat ga je nou doen?’ wil Meriem weten.

Hij moet even nadenken.

‘Ik laat niks merken thuis. Dat overleven ze niet, mam en pap. Als ze erachter komen dat ik het weet. Jij ook niks zeggen, hoor. We kijken gewoon de wedstrijd overmorgen. Net doen of we het geloven. En juichen en liedjes zingen voor Nederland. En dan zien we wel. Ze moeten het mij zelf maar vertellen. Ik hou mijn mond.’

‘’t Is eigenlijk ook wel leuk zo,’ vindt Meriem. Nou krijgen we gratis en voor niks een extra wedstrijd. Kijken we Nederland-Canada bij jullie. En Marokko-Canada bij ons!’

Op vrijdag, de dag voor de wedstrijd Nederland-Canada, krijgt Lynn een telefoontje van Gianni. Goed nieuws. Nederland gaat morgen winnen van Canada. Dat is alvast geregeld. Nederland gaat door naar de kwartfinales in het Joepie-WK.

‘Joepie-WK?’ vraagt Lynn.

Gianni legt het uit. De mensen van het WK hebben ontdekt dat er heel veel belangstelling is voor de wedstrijd Nederland-Canada. Meer nog dan voor Marokko-Canada. Iedereen leeft mee met Joep en zijn trauma en met het Nederlandse elftal dat zo fantastisch sportief is en er wil zijn voor Joep. De kranten schrijven erover. Wedoenhetvoorjoepie schrijven mensen op TikTok en Instagram. De advertentieverkopers die voor Gianni werken hebben voor Nederland-Canada ook veel meer advertenties verkocht dan voor Marokko-Canada. Dus hebben ze besloten dat Nederland door mag naar de volgende ronde. Daarna zien ze wel verder. Dat hangt van de advertentieverkoop af.

Trouwens, van het geld van de advertenties van het Joepie-WK gaat 10% naar een stichting van traumadokters. Met dat geld kunnen die dokters onderzoeken hoeveel kinderen en grote mensen er zijn met een trauma doordat hun land verliest met voetbal. En die mensen dan ook helpen, natuurlijk.

‘Alleen één ding,’ zegt Gianni voor hij ophangt. ‘Niks tegen Joep vertellen hoor. Als Joep erachter komt, nou ja, dan is alles voor niks geweest. Dan krijgt hij alsnog een trauma. Dan gaat het Joepie-WK ook niet door.’

Lynn belooft het. Ze weet niet zeker of ze nou blij moet zijn of juist bang. Loopt het niet een beetje uit de hand? De buren en de school net alsof laten doen, oké, maar de rest van de wereld? Die mensen kennen Joep toch helemaal niet? En hij zal er toch een keer achter komen? Of niet misschien?

Inderdaad wint Nederland van Canada. Joep, Meriem, Lynn en Harry zitten voor de televisie bij Joep thuis. Ook de moeder en vader van Meriem zijn gekomen. Iedereen is in het oranje gekleed. En iedereen springt en dans en juicht als Nederland scoort. O—ranje, ranje, ranje / Winnen ja dat kan je, zingen ze. Een-nul wordt het voor Nederland, dan twee-nul, twee-een, twee-twee, en warempel in de negentigste minuut drie-twee voor Nederland. Dan klinkt het eindsignaal en maken ze met z’n zessen een kringetje, we zijn door, we zijn door.

’s Avonds kijken Ayoub en Meriem Marokko tegen Canada. Meriem heeft haar mama en papa verteld van dat Joep overal van afweet en nu voor Marokko is. Joep is met een smoesje naar Meriem gegaan. Lynn en Harry weten geeneens dat Marokko-Canada is. Het interesseert ze verder niet, het echte WK. De Benali’s juichen fluisterend als Marokko scoort.

‘Wedoenhetvoorjoepie,’ zegt papa Benali met een knipoog naar Joep.

‘Wedoenhetvoordemamaenpapavanjoepie,’ zegt mama Benali. En dan moeten ze heel erg hun best doen om niet al te hard te lachen.

Na de zinderende wedstrijd Nederland-Canada gaat het Joepie-WK definitief door, heeft Gianni besloten. Het Joepie-WK is bijna nog een groter succes dan het echte WK. Iedereen weet heus wel dat Nederland niet echt wereldkampioen is geworden, alleen maar Joepie-wereldkampioen. Maar dat, zegt iedereen tegen mekaar, “mag de pret niet drukken”. Het is voor het goede doel. Voor Joep. En voor al die kinderen en misschien ook wel grote mensen die een trauma krijgen van als je land verliest. Maar die binnenkort beter geholpen kunnen worden. Dankzij het advertentiegeld van het Joepie-WK.

Alle verhalen op deze site zijn gepubliceerd onder een Creative Commons BY-NC-ND 4.0 licentie. Je mag de verhalen vrij voorlezen en delen, zolang dit niet voor commerciële doeleinden is en je Rien Wertheim als auteur vermeldt. Bewerkingen of aanpassingen zijn niet toegestaan.

Creative Commons-licentie