6 min leestijd

Smelten

audio-thumbnail
202606 Smelten
0:00
/683.847936

De hond ligt slap in de mand. De poes ligt slap op de bank. Izzy ligt slap op de grond. De gordijnen zijn dicht. De ramen zijn dicht. De school is dicht. Vanwege de hittegolf. Niemand beweegt. Zelfs de vogels blijven zitten in de bomen. Alleen de planten in de tuin kunnen nergens heen en hangen slap in de zon.

Buiten in de verte klinkt een muziekje.

De hond doet een oog open. De poes doet een oog open. Izzy tilt haar hoofd op van de grond. Het is de ijscoman. Hij komt dichterbij.

Izzy zegt: Mam, de ijscoman! Mag ik een ijsje?

Mam heeft geen puf om nee te zeggen. Ze heeft het veel te warm voor welles-nietes. En ze wil zelf ook wel een ijsje. Met deze hitte.

Ze zegt: Wel je pet op als je naar buiten gaat. Er is een hittegolf. Het is code geel, zegt de app. Alleen naar buiten als het echt moet.

Izzy moet echt een ijsje.

De ijscoman rijdt door de straat. Waar is Izzy’s pet? Niet waar hij hoort, aan de kapstok. Mam weet het niet. Niet hier, niet daar. De pet ligt na lang zoeken in de gangkast. Van lang zoeken krijg je het nog warmer.

Nu snel, anders is de ijscoman verdwenen. Izzy rent de deur uit, de stoep op en

POFFF!

Tegen een muur op, een zachte, onzichtbare muur, een muur van hitte. De overkant van de straat is in de schaduw. Izzy steekt over en loopt in de schaduw langs de huizen in de richting van het muziekje. Er is niemand op straat. Overal zijn de gordijnen en ramen dicht.

Izzy hijgt terwijl ze alleen maar wandelt. Ademen is warme lucht happen. Het zweet druipt van haar voorhoofd. Ze slaat rechtsaf de hoek om. Daar staat de ijscoman. Voor de bakker. De bakker is ook dicht, net als school. Er staat niemand bij de ijscoman.

De ijscoman is een vrouw. Ze zegt: Wat voor ijsje wil je, kind?

Izzy zegt: Graag twee keer een hoorntje met twee bolletjes. Een met pistache en banaan en nootjesdip voor mijn moeder. Een met vanille en aardbeien met discodip voor mij.

De ijscomanmevrouw maakt de ijsjes en zet ze in een houdertje op de toonbank van de ijscowagen. Ze zegt: Dat is dan zes euro.

Izzy schrikt. Door het pet zoeken is ze geld vergeten.

Ze zegt: Even geld halen.

En rent naar huis. Wat dom, wat dom, wat dom … Van haarzelf natuurlijk. Maar ook van mam. En dat met deze hitte, weer helemaal terug naar huis en dan weer terug naar de ijscoman. Izzy let er niet eens op dat ze niet in de schaduw loopt.

Het zweet druipt van haar voorhoofd, langs haar nek, langs haar rug.

Rijdt de ijscoman door? Izzy kan bijna niet praten als ze thuis is, zo hijgt ze van het kleine stukje rennen door de hitte.

Ze zegt: Mam … hijg … geld vergeten … hijg … zes euro.

Mam zegt: Och meis. Je bent helemaal rood. Laat die ijsjes toch zitten. Het is nu code oranje, zegt de app. Alleen naar buiten als het echt, echt moet.

Izzy moet echt, echt een ijsje.

Mam pakt een briefje van tien uit haar portemonnee. Ze heeft geen puf om nee te zeggen. Ze heeft het veel te warm voor welles-nietes. En ze wil zelf ook echt, echt wel een ijsje. Met deze hitte.

Ze zegt: Eerst water drinken als je naar buiten gaat. Er is een hittegolf. Pet op, water drinken. Dat moet bij een hittegolf.

Izzy neemt een flinke slok water uit de kraan en zet haar pet weer op. Ze wil niet naar buiten, helemaal niet. Maar ze wil wel een ijsje, helemaal wel. Ze wil net iets liever wél een ijsje dan níet naar buiten.

Ze rent de deur uit, de stoep op en

POFFF!

Tegen de muur van hitte op.

Niet te hard lopen en in de schaduw blijven, aan de overkant van de straat. Rechtsaf de hoek om. Langs de bakker. Dan nog een keer rechts, waar het muziekje vandaan komt. Daar staat de ijscoman. Op het plein in de schaduw van een boom. Er staat nog steeds niemand bij de ijscoman.

De ijscomanmevrouw zegt: Zo, daar ben je weer, kind. Je had die ijsjes wel mogen meenemen, hoor. En een andere keer betalen. Maar je was al weg. Ik heb ze even in de ijskast gelegd.

Izzy geeft het briefje van tien. De ijscomanmevrouw geeft de ijsjes en twee munten van twee euro. Nu snel naar huis. Het zweet druipt van haar voorhoofd, langs haar nek, haar rug, haar benen. Haar hart bonst in haar hoofd.

Thuis gekomen belt ze aan. De zon brandt op de voordeur.

Als mam eindelijk opendoet is het ijs gesmolten. Haar handen en kleren zitten onder het ijs. Op de stoep liggen druppels pistache-ijs, bananenijs, vanille-ijs en aardbeienijs met stukjes noot en discodip. Er zit alleen nog wat gesmolten ijs in de papperige hoorntjes.

Mam zegt: Och meis. Kom snel binnen. Je bent helemaal rood en buiten adem.

De ijsjes gooien ze in de vuilnisbak. Die zijn niet meer te eten. Hoe heter de hittegolf, hoe meer zin je krijgt in een ijsje, maar hoe sneller het ijsje smelt. Het is niet eerlijk, een hittegolf. Maar Izzy wil een ijsje. Al smelten de lantarenpalen, ze moet en zal een ijsje.

Ze zegt: Ik haal wel ijs in een bekertje. Het is te heet voor hoorntjes.

Mam zegt: Nog een keer naar buiten? Er is een hittegolf, Izzy! Het is nu code rood, zegt de app. Alleen naar buiten als het echt, echt, echt moet.

Izzy moet echt, echt, echt een ijsje.

Mam pakt weer een briefje van tien uit haar portemonnee. Ze heeft geen puf om nee te zeggen. Ze heeft het veel te warm voor welles-nietes. En ze wil zelf ook echt, echt, echt wel een ijsje. Met deze hitte.

Is de ijscoman nu nog verder weg?

Mam zegt: Wel pet op, Izzy. En een flinke slok water. En insmeren. Er is een hittegolf. Pet op, water drinken, insmeren. Dat moet bij een hittegolf.

Izzy doet het. Dan rent ze de deur uit, de stoep op en

POFFF!

Tegen de muur van hitte op. Ze loopt van schaduwplek naar schaduwplek. Zelfs in de schaduw van een verkeersbord blijft ze even staan. Rechtsaf de hoek om. Langs de bakker. Nog een keer rechts. Over het plein door de schaduw van de boom. Dan de eerste straat linksaf. De ijscoman staat nu bij de sportvelden aan het eind van de straat. Een klein eindje maar als het normaal weer is. Bij een hittegolf is het eind van de straat het eind van de wereld.

Er staat nog steeds niemand bij de ijscoman. Izzy moet even bijkomen. Het zweet druipt van haar voorhoofd, langs haar nek, haar rug, haar benen, in haar sokken en schoenen. Haar hart bonst in haar hoofd. Ze is duizelig van de hitte.

De ijscomanmevrouw zegt: Ben je daar alweer?

Izzy zegt: IJsjes … hijg … gesmolten ... hijg … bekertjes … hijg … pistache … hijg … banaan … hijg …. nootjes … hijg … vanille … hijg … aardbei … hijg … discodip …

De ijscomanmevrouw zegt: Een bekertje helpt niet, kind. Hoorntjes of bekertjes, maakt niet uit. Zelfs voor ijsjes is het te heet.

Wat nu?

De ijscomanmevrouw zegt: Weet je wat? Stap maar in.

Izzy zit voorin naast de ijscomanmevrouw. Het is lekker koel in de ijscowagen. De duizeligheid is weg en ze zweet ook niet meer zo. Ze stoppen precies voor de deur van Izzy’s huis. Mam doet de deur al open. Ze heeft het muziekje gehoord, zeker? Izzy rent naar binnen met twee ijsjes. Een hoorntje met een bolletje banaan en een bolletje pistache met nootjesdip voor mam. Een hoorntje met een bolletje vanille en een bolletje aardbei met discodip voor haarzelf.

Ze draait zich nog een keer om voor ze de deur dicht doet. De ijscoman rijdt al weer de straat uit. Zonder muziekje dit keer. Zelfs voor ijsjes is het te heet.

De hond ligt nog steeds slap in de mand. De poes nog steeds slap op de bank. Izzy likt aan haar ijsje en neuriet een liedje:

Alle verhalen op deze site zijn gepubliceerd onder een Creative Commons BY-NC-ND 4.0 licentie. Je mag de verhalen vrij voorlezen en delen, zolang dit niet voor commerciële doeleinden is en je Rien Wertheim als auteur vermeldt. Bewerkingen of aanpassingen zijn niet toegestaan.

Creative Commons-licentie