Schooltuintjes

Deel

De mooiste schooltuintjes van Amsterdam vind je in het Rembrandtpark. Ieder jaar planten de kinderen van groep 7 van de Berend Brugsmaschool daar de mooiste bloemen, kruiden, groenten en fruit. In maart is het nog een kale boel, in juli en augustus een feest van geuren en kleuren, in september lijkt het wel de Ten Katemarkt met al die groenten en al dat fruit.

Dit jaar is de klas van Lazlo Koedooder aan de beurt voor de schooltuintjes. Koedooder, je hoort het goed, is de achternaam van Lazlo en, ja, dat klinkt best akelig, maar Lazlo kan er niks aan doen. Hij heeft die naam nu eenmaal gekregen van zijn vader en moeder, en die weer van hun vader en moeder, en zo door, tot je uitkomt bij iemand die misschien wel koeien doodde omdat hij slager was van beroep. Maar Lazlo zou nooit van zijn leven een koe doden, hoor. Lazlo doet nog geen vlieg kwaad.

Dit jaar gaat het anders dan andere jaren met de schooltuintjes. De schooltuintjes in het Rembrandtpark bestaan precies honderd jaar en de mensen van Tuincentrum Osdorp hebben bedacht dat je honderd euro wint als je de grootste pompoen van alle tuintjes kweekt.

Die honderd euro ga ik winnen en niemand anders, denkt Dubai, die bij Lazlo in de klas zit. Honderd euro, hallo, wat kun je daar niet allemaal van kopen?! Hoe Dubai dat gaat doen weet ze nog niet maar ze verzint er wel wat op. Ergens iets op verzinnen daar is Dubai erg goed in, vooral als er iets mee valt te winnen.

De eerste les zitten ze met de klas in het gebouwtje van de schooltuinen en krijgen ze uitleg over de natuur. Hoe groeien planten? Waarom hebben planten water en lucht en zonlicht nodig? Waarom hebben planten bijen en vlinders nodig? Welke planten zijn er eigenlijk en welke groeien goed hier in Amsterdam? Meester Sheher van groep 7 legt het allemaal heel duidelijk uit, samen met iemand van de schooltuinen zelf. Die weet er nog meer van dan meester Sheher want zij werkt de hele dag in de natuur, ook al woont ze in de stad. Aan het eind komt de oude heer Hottentot senior aan het woord. Hij is de vroegere baas van Tuincentrum Osdorp en hij heeft die prijs voor de grootste pompoen bedacht. De baas nu van Tuincentrum Osdorp is Hottentot junior, zijn dochter, maar die kon niet komen want ze is te druk in de winkel. Dat is altijd zo in het voorjaar. Iedereen komt dan planten kopen voor in de tuin.

‘We kijken trouwens niet alleen wie de grootste pompoen heeft,’ vertelt meneer Hottentot senior. ‘Je krijgt ook punten voor hoe mooi je tuintje erbij ligt.’

Jemig, denkt Dubai, da’s ingewikkeld. Groot is makkelijk. Dat kun je meten met een meetlint. Maar mooi, mooi, hoe moet je dat meten? Ik vind planten sowieso niet mooi. Natuur, die is er voor dieren en andere beestjes, niet voor mensen. Geef mij maar de stad. Piepende trams, uitlaatgassen, sigarettenpeuken op de stoep, toeterende auto’s, terugscheldende jongens op scooters, daar hou ik van! Anyway, denkt Dubai, ik vraag het wel aan pappie. Die helpt me wel.

De volgende les gaan ze de grond klaar maken voor de zaadjes. Ieder kind in groep 7 heeft zijn eigen kleine stukje tuin, ongeveer zo groot als een tweepersoonsbed. Helemaal niet groot voor een tuin, maar, potjandorie, wat een werk nog zeg, onkruid weghalen, de grond omspitten, dan aanharken, nat maken … En je wordt er helemaal vies van ook. Dubai kijkt naar haar handen: die zijn zwart van de modder. En kijk nou haar nagels: van die zwarte rouwrandjes eronder. Gatsiedarrie … hoe krijg je dat weer schoon?

Twee tuintjes verderop is Lazlo druk in de weer zijn tuintje klaar te maken voor de plantjes. Hij wroet met zijn handen in de aarde en ruikt eens aan zijn vingertoppen. Niks lekkerder dan de geur van verse aarde. Je zou bijna zelf een plant willen zijn, met je lijf onder de grond, je benen als lange wortels, de wormen die aan je tenen kriebelen, alleen je hoofd en handen als takken en bladeren boven de grond. Nu eens een fris regenbuitje op je kop, dan weer het zonnetje … Beetje groeien, beetje heen en weer wuiven in de wind … nooit ergens heen hoeven … niet naar school … Plant zijn, hmm, dat is zo gek nog niet. Zelf hebben ze geeneens een tuin, de Koedooders. Ze wonen op twee hoog in de Orteliusstraat. Een balkon hebben ze wel maar daar is geen ruimte voor bloempotten.

Lazlo strooit compost over de grond. Compost, dat is een chic woord voor mest en dat is weer een chic woord voor koeienpoep. Mensen zul je het niet zien eten maar planten vinden mest heerlijk en groeien er extra hard van. Hij woelt de aarde in zijn tuintje los, dat er straks veel lucht bij de wortels kan. Hij is zo lekker bezig dat hij de wereld om zich heen vergeet. Hij neuriet er een liedje bij. Dubai is intussen bij zijn tuintje komen staan en denkt bij zichzelf, die is niet goed snik.

‘Hé, Lazlo,’ zegt ze en Lazlo schrikt op uit zijn dagdromerij. ‘Je zit helemaal onder de modder, gekkie. Je ziet eruit als een vieze winterpeen.’ Ze moet lachen om haar eigen grapje.

Lazlo zegt niks. Hij is een beetje bang van Dubai. Waarom snapt hij zelf niet goed.

‘Denk maar niet dat jij die prijs gaat winnen,’ gaat ze verder. ‘Die is mooi voor mij, die honderd euri.’

Nog steeds zegt hij niks terug maar hij denkt, ik hoef die honderd euro niet eens te winnen. Wat kan mij het schelen? Laat me met rust …

De week erop gaan ze de zaadjes planten. Lazlo maakt gaatjes van een paar centimeter diep in de grond en stopt daar de zaadjes in. Aan de voorkant van zijn tuintje komt de pompoen. Daarachter de zaadjes van andere fijne groenten: worteltjes, radijsjes, rode biet, peultjes. Daar weer achter, aan de achterkant van het tuintje, zaait hij bloemen: goudsbloem vanwege de mooie kleuren, lavendel vanwege dat het zo lekker ruikt, korenbloem voor de bijen en de vlinders, en ook Zeeuws knoopje en wilde geraniumpjes, nergens anders om dan dat die zulke lieve bloemetjes geven. Middenin aan de achterkant plant Lazlo een dikke, aan de slootkant gevonden tak. Daar hangt hij een vetbolletje aan voor de koolmezen en de pimpelmezen. Nu maar afwachten.

Dubai kijkt ernaar en denkt, wat een uitslover. Zij heeft zelf acht kuiltjes in de grond gegraven en plant er de pompoenpitten in. Nu heeft ze acht keer zoveel kans op een grote pompoen als bijvoorbeeld Lazlo. Andere plantjes zaait ze niet want die zitten straks alleen maar de pompoenen in de weg. Laat de vlinders en bijen maar lekker van het tuintje van Lazlo overkomen en hun ding doen met haar pompoenplanten. Het is tenslotte maar twee tuintjes vliegen.

Een keer in de week komen de kinderen van groep 7 naar het Rembrandtpark om voor hun tuintje te zorgen. Ze geven de plantjes water, strooien compost, halen onkruid weg. En af en toe komt meneer Hottentot senior langs en maakt een rondje langs de tuintjes.

‘Kijk, kijk,’ zegt hij, bij Lazlo’s tuintje aangekomen. ‘Dat begint er al aardig op de lijken. Wat leuk, jongen, dat je nu al bloemen hebt. En de pompoenplant doet ook zijn best, zie ik. Hoe heet jij?’

‘Lazlo, meneer,’ antwoordt hij, en er zachtjes achteraan: ‘Koedooder.’

‘Nou, Lazlo, ga zo door, jongen. Misschien win je wel de prijs.’

Daarna komt hij bij Dubais tuintje aan. Daar groeit nog niet veel. Acht kleine pompoenplantjes steken voorzichtig hun kopje boven de grond.

‘Hé, waar zijn de bloemen, waar zijn de kruiden?’ wil meneer Hottentot senior weten.

‘Die heb ik niet,’ zegt Dubai. ‘Daar win je geen prijs mee. Ik ga voor de grootste pompoen.’

‘Heel goed, meisje. Maar bedenk wel dat je ook punten kunt krijgen voor hoe mooi je tuintje is.’

‘Als ik de grootste pompoen heb en ik win toch niet de prijs, dan denk ik dat mijn pappie dat niet leuk gaat vinden.’

Daar moet meneer Hottentot senior hartelijk om lachen.

’s Avonds en in het weekend zijn de schooltuinen dicht. Dan gaat het hek op slot en kan er niemand in. Maar Lazlo heeft een gat in het hekwerk ontdekt en zaterdagochtend gaat hij vaak nog even stiekem langs bij de schooltuinen. Hij kruipt dan door het hek en gaat, terwijl andere kinderen een potje tennissen, voetballen of hockeyen, lekker in zijn eentje een potje tuinieren.

‘Dag worteltjes, dag bietjes, daar ben ik weer,’ praat Lazlo tegen de plantjes. ‘Hoe gaat het met jullie vandaag?’

Hij kijkt welke plantjes wat extra water nodig hebben en haalt hier en daar de dode bladeren weg. Hij zet bamboestokken bij de peultjes, dat ze de hoogte in kunnen groeien. Lazlo ziet intussen niet dat iemand hem van een afstandje bespiedt. Het is Dubai. Die was ook op het idee gekomen om op zaterdag naar het Rembrandtpark te gaan en haar pompoenen een schop onder de kont te geven. Nou ja, bij wijze van spreken. Nu zit ze verscholen achter een struik en hoort ze Lazlo met de planten praten. Eerst denkt ze, hij is nog gekker dan ik dacht, maar dan kijkt ze eens beter, en vergist ze zich nou, of is het echt? Terwijl Lazlo de planten toespreekt en aanraakt lijkt het wel of je ze kunt zien groeien. Nee maar, ja hoor, millimeter voor millimeter komen de worteltjes, radijsjes, bietjes, peultjes, goudsbloemen, lavendel, korenbloem, Zeeuws knoopje en wilde geraniumpjes omhoog de grond uit. Het lijkt wel tovenarij. De pompoen van Lazlo is al zo groot als een voetbal. Ze ziet hoe hij de pompoen—is dat een hij of een zij of een het of een hen?—over de bol aait. En alsof de pompoen met een pompje wordt opgeblazen ziet ze die groter en groter worden.

‘Lieve Ariane, wat ben je mooi oranje!’ hoort ze Lazlo zeggen.

Ariane, is dat niet onze jongste prinses, de dochter van koningin Máxima? Nee maar, hij heeft z’n pompoen zelfs een naam gegeven, die sukkel. Een pompoen is dus een meisje, kennelijk. Nou ja, die van Lazlo in ieder geval.

‘Nou, dag vrienden, dag Ariane, dag lieve allemaal!’ roept Lazlo. Hij pakt zijn spullen bij elkaar en draait zich om, kruipt door het gat van het hek en is weg.

Dubai komt tevoorschijn vanachter de struik en loopt naar het tuintje van Lazlo. Ja hoor, duidelijk kun je zien dat zijn planten een stuk groter zijn dan die van de tuintjes ernaast. De bladeren zijn ook groener. De bloemen feller van kleur. En die pompoen: zo glanzend, donkeroranje, zo rond, zo groot … Wat voor wondermiddeltje gebruikt die sufferd? Dubai loopt naar het eigen tuintje. Misschien moet zij het ook eens proberen. Ze hurkt op haar knieën en kijkt haar acht pompoenen streng aan.

‘Kom op, jongens, doe je best eens. Laat mama eens zien wat je kan. Jullie zijn de beste. De grootste. De mooiste. Ik geloof in jullie. Echt, ik hou heel veel van jullie.’

Er gebeurt niks.

Misschien moet ze haar pompoenen ook een naam geven. Vooraan ligt haar grootste pompoen, een joekel van een ding is dat, de grootste van de hele tuin op die van Lazlo na. Met die pompoen wil ze de prijs winnen. Opeens weet ze hoe ze hem wil noemen: Trump, omdat die ook groot en oranje is.

‘Kom op, Trump, doe je best eens een beetje, man. Ben jij nou de president? Je bent niet eens zo groot als die prinsespompoen van Lazlo Koedooder. Dat laat je toch niet op je zitten? Nou? Kom op dan? Laat Dubaitje eens zien wat je waard bent!’

En nee maar, niet te geloven! Terwijl ze zo zit in te praten op de pompoen begint hij op te zwellen. Je hoort hem bijna kreunen van inspanning. Mooier wordt hij er niet op, met van die uitstulpingen en ribbels en bleke oranje en lichtbruine plekken op zijn schil. Maar wat geeft het? Hij groeit! Net zo groot als pompoen prinses Ariane is pompoen Trump nu. Dubai geeft hem een schouderklopje.

‘Goed gedaan, presidentje,’ zegt ze. ‘Krijg jij nog lekker een beetje water en mest van me.’ En ze strooit nog wat compost bij de pompoenplant en giet er dan water overheen.

‘Tot de volgende keer, Trump! Denk erom, jochie, wel blijven groeien hè?’

De zaterdagen erop komen Lazlo en Dubai om beurten door het hek gekropen. Lazlo heeft nog steeds niet door dat Dubai hem begluurt vanachter de struik. Hij weet ook niet hoe groot de pompoenen van de andere kinderen zijn. Hij kijkt er niet naar. Hij is alleen maar bezig met zijn eigen tuintje. Alle planten heeft hij een naam gegeven. Hij kent ze allemaal en zij kennen hem. Een paradijsje is het geworden, het schooltuintje van Lazlo. Zoveel bloemen bloeien in zoveel verschillende kleuren—het lijkt wel een bloemenkraam. De worteltjes steken vrolijk hun oranje kopje boven de grond. De peultjes hangen als feestslingers langs de stokken. Achterin fladderen en tsjilpen de koolmezen en pimpelmezen rond het vetbolletje aan de tak. Ze zijn helemaal niet bang van Lazlo. Voorin ligt pompoen Ariane te glanzen in de zon. Zo groot als een strandbal is ze nu. Alle kinderen van de klas snappen wel dat Lazlo de prijs gaat winnen, niet alleen omdat hij de grootste en mooiste pompoen heeft, maar vooral omdat zijn tuintje het mooiste is dat ze ooit hebben gezien.

En hoe Dubai ook praat en smeekt en scheldt tegen pompoen Trump en hoe pompoen Trump ook zijn best doet om nog meer op te zwellen, het wil maar niet lukken om groter te worden dan prinsespompoen Ariane.

Dan—het is de week vóór de prijsuitreiking door meneer Hottentot senior—komt Dubai samen met haar grote broer Derk door het hek gekropen nadat Lazlo is vertrokken. Ze slepen een zware tas met zich mee, die Dubai onmogelijk alleen kan tillen. Ze lopen naar haar tuintje en pakken uit de tas een enorme pompoen, een joekel zoals je nog nooit hebt gezien, nog groter dan Ariane. Die heeft Dubai gekocht bij Tuincentrum Osdorp. Wel twintig euro kostte die pompoen en dat geld heeft ze geleend van pappie. Pappie vond het goed want honderd euro is tenslotte een stuk meer dan twintig euro. Reken maar uit je winst!

Dubai en Derk leggen samen de enorme pompoen in plaats van Trump, die er opeens een stuk kleiner uitziet naast zijn grote broer. Trump stoppen ze in de tas. Zo, niemand die het ziet.

Derk pakt nog iets uit de tas: een katapult.

‘Let op wat ik kan,’ zegt hij.

Hij legt een flinke steen in de katapult, trekt het elastiek naar achter tot het echt niet verder kan, mikt, en—pang! Raak! Het vetbolletje aan de tak van Lazlo spat uiteen in honderd stukjes. Een pimpelmees fladdert hulpeloos heen en weer en valt dan op de grond, vlak voor de voeten van Dubai. Haar vleugeltje is gebroken.

‘Laat maar liggen,’ zegt Derk. ‘Die vreten de katten wel op. Kom op, we gaan.’

Dubai en haar grote broer Derk kruipen weer door het hek naar buiten. De pompoen Trump gooien ze een eindje verderop in de sloot. Met een plons verdwijnt hij in de zwarte smurrie.

De woensdag erna is de prijsuitreiking in het gebouwtje van de schooltuinen. Iedereen is er. Meester Sheher natuurlijk, de mevrouw van de schooltuinen, meneer Hottentot senior en zelfs mevrouw Hottentot junior heeft even vrij genomen van de winkel om erbij te zijn.

‘En de prijs voor de grootste pompoen gaat naar …’ roept meneer Hottentot senior. Hij wacht even met verdergaan om het extra spannend te maken.

En dan roept hij: ‘Naar Lazlo Koedooder! Lazlo, kom maar naar voren.’

Iedereen kijkt om zich heen. Waar is Lazlo? Niemand die het weet. Hottentot senior en Hottentot junior kijken elkaar aan. Wat nu?

‘Nou, dan gaat de prijs naar …’

‘Naar mij!’ roept Dubai.

‘Eh … ja, dan maar naar jou,’ zegt meneer Hottentot senior een beetje beteuterd. ‘Je hebt wel niet zo’n mooi tuintje, maar je pompoen is wel de grootste. Kom maar naar voren, meisje.’

‘Junior, wil jij deze dame de prijs overhandigen?’

Mevrouw Hottentot junior komt naar voren.

‘Beste Dubai, jij hebt echt een prachtige pompoen gekweekt. Wist je dat we dat soort pompoenen voor wel twintig euro verkopen in de winkel? Je kunt wel bij ons komen werken!’

En ze geeft Dubai een kleurige envelop met in grote letters Tuincentrum Osdorp erop. Dubai pakt de envelop aan en maakt hem open. Ze haalt iets uit de envelop wat geen honderd euro is maar, huh? Nee toch? Het is een tegoedbon van honderd euro voor Tuincentrum Osdorp!

‘Kom snel een keer langs met je papa en mama,’ zegt mevrouw Hottentot junior. ‘Dan kunnen jullie van die tegoedbon allemaal mooie planten uitkiezen voor jullie tuin of balkon.’

En Lazlo? Die zit verdrietig in zijn tuintje, waar hij een dode pimpelmees heeft gevonden. Overal liggen veertjes en stukjes van het vetbolletje. Wat kan er zijn gebeurd? Hij snapt er niks van. Hij graaft een kuiltje naast de pompoen Ariane, legt daar voorzichtig het dode vogeltje in, dekt het toe met verse aarde en steekt een bamboestokje in het vogelgrafje. Dan zit hij stil te midden van zijn planten. De bladeren van de worteltjes, radijsjes, rode biet en peultjes ruisen in de wind. Het Zeeuws knoopje en de wilde geraniumpjes laten hun bloemetjes hangen. De lavendel geurt een droefzoete geur. Vlinders komen aangefladderd en landen op de blauwe korenbloemen, waar ze eerbiedig hun vleugels in- en uitvouwen. Drie pimpelmeesjes zitten op de tak te treuren. Pompoen Ariane lijkt een beetje gekrompen van verdriet. Maar het lijkt wel of al dat verdriet Lazlo’s schooltuintje er alleen maar mooier op heeft gemaakt.

Alle verhalen op deze site zijn gepubliceerd onder een Creative Commons BY-NC-ND 4.0 licentie. Je mag de verhalen vrij voorlezen en delen, zolang dit niet voor commerciële doeleinden is en je Rien Wertheim als auteur vermeldt. Bewerkingen of aanpassingen zijn niet toegestaan.

Creative Commons-licentie